voor inwoners, met gemeenten
Veelgestelde vragen over Dyslexie

Uit onderzoek is gebleken dat het niet mogelijk is om met intelligentie te compenseren op woordlezen. Er is immers geen context waaraan leerlingen vast kunnen houden. Woordlezen meet zodoende puur het niveau van technisch lezen. Wanneer op woordlezen dus geen E-scores worden behaald, is er onvoldoende reden om Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) te vermoeden. Wanneer wel degelijk aan dyslexie wordt gedacht, kan onderzoek worden verricht naar dyslexie anders dan EED (SDN). Dit verloopt niet via het vergoede traject, maar via het onderwijssamenwerkingsverband Unita.

Ja. Ernstige Enkelvoudige Dyslexie is een hardnekkig leesprobleem en daar kan pas van worden gesproken als minimaal twee periodes intensief extra is geoefend, gerekend vanaf de meting van midden groep 3 (M3). Na de meting van midden groep 4 (M4) is dus de eerste mogelijkheid om aan te melden.

Het is niet mogelijk met terugwerkende kracht een vergoeding van een onderzoek te krijgen. Het aanmeldingsproces dient altijd via de gemeente te verlopen. Ook is het niet mogelijk een vergoede behandeling te indiceren op basis van een particulier onderzoek, waarin de criteria van Stichting Dyslexie Nederland (SDN) zijn gebruikt. De diagnose Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) dient eerst te zijn gesteld, conform de criteria van het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling (Blomert, 2006). Na particulier onderzoek moet het dossier alsnog gescreend worden door de gemeente ten behoeve van een ontvankelijkheidsverklaring voor een (aanvullend) dyslexieonderzoek naar EED. Indien die diagnose EED wordt gesteld, kan een vergoede dyslexiebehandeling worden gestart. Wat hiervoor nodig is leest u hier. De intern begeleider op uw school kan u hier meer over vertellen.

Het documenteren van de extra lees- en spellingbegeleiding op school is heel belangrijk. Er dient concreet aangegeven te zijn in welke periode, hoe vaak per week, hoeveel minuten per keer, door wie (functie) en met welke methode de extra begeleiding is gegeven. Ook moet duidelijk zijn of de begeleiding bovenop het basisaanbod van verlengde instructie is gegeven, als extra interventie. Informatie geformuleerd als “leerling krijgt twee keer per week instructie van Pietje” is daarom niet voldoende. Wanneer alles nauwkeurig is gedocumenteerd, scheelt dat veel werk en hoeft geen vertraging in het proces op te treden.